Hoe dient de e-sport gereguleerd te worden?  25-02-2019

Door Kimberley Kuijpers

‘Ajax eSports in kwartfinale uitgeschakeld op WK FIFA 19 voor clubteams’ en ‘E-sporter FC Utrecht: “Wat een kut controller heeft de Xbox toch!”’. Tegenwoordig kan je geen sportnieuws meer lezen zonder een artikel over de e-sporter tegen te komen. E-sport gaat al enige tijd mee en het is meer dan alleen maar FIFA. Echter, sinds de komst van de e-divisie (februari 2017) is de e-sport in populariteit toegenomen en rijst de vraag: zijn er eigenlijk wel voldoende juridische waarborgen omtrent de e-sporter?

De e-divisie is een competitie waarbij alle achttien eredivisieclubs een gamer aan zich binden en het tegen elkaar opnemen in een competitie, waarbij het spel FIFA wordt gespeeld. In beginsel was het voor de clubs een mooie manier om jonge supporters aan zich te binden, door een samenwerking aan te gaan met een e-sporter. Nu blijkt dat hiermee ook veel geld te verdienen is voor clubs, is het meer dan een ‘simpel’ computerspel. Aangezien de financiële belangen steeds groter worden, is het ook zaak om de juridische zaken goed op orde te hebben.

Te beginnen bij het feit of een e-sporter kan worden gekwalificeerd als werknemer in de zin van het arbeidsrecht, dat is namelijk één van de discussiepunten. Partijen bij deze overeenkomst zijn de e-sporter zelf en de organisatie waarvoor hij uitkomt. Om te spreken van een arbeidsovereenkomst moeten de elementen loon, gezag en arbeid van toepassing zijn. De activiteiten van de e-sporter kunnen geschaard worden onder de noemer arbeid. Feit is dat sprake is van een activiteit, namelijk het deelnemen aan competities. Hiernaast traint een e-sporter gemiddeld 8 uur per dag en verricht deze nog additionele activiteiten. Ervan uitgaande dat in het contract een vast bedrag per maand wordt afgesproken voor de tegenprestatie die de e-sporter levert, is ook sprake van loon. Het element gezag is discutabel en moeilijker vast te stellen. Hierbij is het doorslaggevend of de e-sporter de instructies van de organisatie waarvoor hij uitkomt, moet opvolgen. De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft bepaald dat de bedoeling van partijen doorslaggevend is voor het feit of er sprake is van een arbeidsovereenkomst of niet (ECLI:NL:RB-SHE:2007:BB3065). Het is hierbij onder meer van belang hoe partijen inhoud hebben gegeven aan de overeenkomst. Wat daarbij ook een rol kan spelen, is het feit of sancties opgelegd worden indien een e-sporter zijn of haar verplichtingen niet nakomt en/of dat in de overeenkomst wordt bepaald dat de e-sporter alleen maar mag uitkomen voor de organisatie waar hij of zij een contract heeft. Indien dit in de overeenkomst is opgenomen, ben ik geneigd te zeggen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, gezien de e-sporter op deze manier verplicht wordt zich te houden aan bepaalde voorschriften en daarbij dus onder gezag van de organisatie staat.

Op het gebied van regulering dient dan ook rekening te worden gehouden met het arbeidsrecht. Naast het vraagstuk of een e-sporter al dan niet een arbeidsovereenkomst heeft, rijzen nog meer vragen rondom de e-sporter. Om maar iets te noemen: doping, match-fixing, leeftijd van de e-sporter, arbeidstijden, welke rechter is bevoegd, et cetera.

Welke regels zijn hiervoor van toepassing? Bij e-sport wordt het talent al op jonge leeftijd ontdekt. Mogen minderjarige spelers gescout worden en gekoppeld worden aan een e-sport organisatie? Ook moet een e-sporter vaak lang geconcentreerd blijven om het spel goed te kunnen spelen. Mag een e-sporter dan gebruik maken van ‘hulpmiddelen’? Of overtreedt hij/zij dan de dopingreglementen? Dit is maar een fractie van de vragen uit de e-sportwereld, waar men niet altijd weet welke wet- en regelgeving van toepassing is.   

Het laatste woord zal dan ook nog niet gesproken zijn over de e-sporter en de juridische regulering. Noodzaak is in ieder geval dat e-sport moet streven naar erkenning van een aantal grondbeginselen. Wellicht te beginnen bij erkenning dat de e-sporter een werknemer is in de zin van het arbeidsrecht. Dit kan dan vervolgens een vertrekpunt zijn naar een aannemelijk model van regulering.

Vragen over het voorgaande? Onze sportjuristen staan voor U klaar.

Kimberley Kuijpers
Juridisch Sportloket