NOC*NSF gaat te ver met het plaatsen van verdachten op de zwarte lijst  22-01-2019

Door Kimberley Kuijpers

Voordat de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: “AVG”) in werking trad, bestond er een zwarte lijst met daarop veroordeelde ontuchtplegers. Personen die zich schuldig hadden gemaakt aan een vorm van seksuele intimidatie in de sport, werden voor bepaalde tijd geregistreerd op de zwarte lijst. Toentertijd heeft het College Bescherming Persoonsgegevens de zwarte lijst goedgekeurd, met als doel: ‘herstel van de veilige sportomgeving’.

De bestaande lijst is nagenoeg leeg. Hierdoor zouden ontuchtplegers gemakkelijk kunnen ‘clubhoppen’. Om dit tegen te houden, wordt gepleit voor een nieuwe zwarte lijst, met daarop niet alleen veroordeelde ontuchtplegers, maar ook vrijwilligers die verdacht worden van het plegen van ontucht. Zij zijn dus (nog) niet veroordeeld. Deze zwarte lijst moet worden beoordeeld aan de hand van de vorig jaar inwerking getreden AVG. Mag in geval van slechts een verdenking een inbreuk worden gemaakt op de privacy rechten van de betrokken burger?

Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt indien daar een geldige grondslag voor is op basis van de AVG. Een van de grondslagen betreft het feit dat de organisatie een gerechtvaardigd belang moet hebben voor het verwerken van persoonsgegevens, het moet daarnaast noodzakelijk zijn voor de behartiging van het gerechtvaardigd belang en er dient een belangenafweging gemaakt te worden. Het gerechtvaardigd belang in dit geval is de bescherming van minderjarige kinderen tegen seksuele intimidatie en het creëren van een veilig sportklimaat. Hierbij dient de proportionaliteit en subsidiariteit in acht te worden genomen.

Het publiceren van een naam van een verdachte van seksueel misbruik heeft grote gevolgen voor deze persoon. Door zijn registratie op de zwarte lijst, kan hij1niet meer bij andere verenigingen aan de slag. Wat als blijkt dat hij onschuldig is? Wordt zijn naam dan gezuiverd? Willen verenigingen dan wél met hem aan de slag? Mijns inziens zorgen deze vragen al voor betwistbaarheid en is het buitenproportioneel. De belangen van de verdachte worden op dat moment onherstelbaar en onevenredig hard geraakt.

Daarnaast moet ook beoordeeld worden of het doel niet op een voor de betrokken personen minder nadelige manier kan worden bereikt. Een van de alternatieven is het verplicht stellen van het aanvragen van een VOG voor de vrijwilligers. Hierdoor worden alle vrijwilligers op voorhand al gescreend. Daarnaast is er ook een minder vergaande mogelijkheid dat de zwarte lijst niet openbaar wordt gemaakt. Dat alleen het NOC*NSF de zwarte lijst in handen heeft. De verenigingen kunnen dan, indien zij een nieuwe vrijwilliger willen toelaten, navraag doen bij het NOC*NSF of die persoon op de zwarte lijst staat. Ook zou een intensivering van de tuchtrechtelijke vervolging een alternatief kunnen zijn voor het publiceren van een zwarte lijst. Alternatieven zijn dus aanwezig, waardoor de noodzaak voor het opnemen van verdachten op een zwarte lijst niet aanwezig is. Als de noodzaak niet aanwezig is, dan is er geen rechtsgeldige grondslag om de persoonsgegevens van de betrokkene te verwerken.

Het voorgaande staat nog los van de argumenten die men zou kunnen ontlenen aan bijvoorbeeld de onschuldpresumptie (hoewel die civielrechtelijk niet volledig geldt). Wij zijn dan ook van mening dat een zwarte lijst zeker een functie heeft, doch dat het plaatsen van verdachten een stap te ver gaat en niet in overeenstemming is met het doel en de strekking van de AVG.

Vragen over het voorgaande? Onze sportjuristen staan voor U klaar.


Kimberley Kuijpers
Juridisch Sportloket

1 Of zij