De ketenregeling: een struikelblok voor het vrouwenvoetbal  02-04-2019

Door Kimberley Kuipers

Het vrouwenvoetbal is op dit moment de snelst groeiende sport in Nederland. In de zomer van 2017 is het Nederlands vrouwenelftal Europees kampioen geworden. Hiermee is het vrouwenvoetbal definitief op de kaart gezet. Aanstaande zomer spelen zij opnieuw een eindtoernooi en strijden zij in Frankrijk om het Wereldkampioenschap.

De KNVB kent twee afdelingen, namelijk de afdeling amateurvoetbal en de afdeling betaald voetbal (professional). Het vrouwenvoetbal valt momenteel onder de afdeling amateurvoetbal. Op veel fronten is het onderscheid amateurvoetbal en betaald voetbal belangrijk (denk bijvoorbeeld aan het feit dat er verschillende reglementen van toepassing zijn op deze afdelingen). In deze blog wordt ingegaan op het arbeidsrechtelijke aspect.

In het vrouwenvoetbal (eredivisie) hebben de meeste voetbalsters een arbeidsovereenkomst bij hun club. Dit betekent dat het arbeidsrecht van toepassing is en daarbij hoort de ketenregeling. Deze regeling houdt in dat een overeenkomst voor bepaalde tijd van een werkneemster overgaat in een overeenkomst voor onbepaalde tijd, indien zij meer dan drie overeenkomsten heeft getekend bij haar werkgever of als zij meer dan vierentwintig maanden in dienst is bij de werkgever. Clubs zitten meestal niet te wachten op een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Niet in de laatste plaats omdat een speelster met een overeenkomst voor onbepaalde tijd haar overeenkomst kan opzeggen en daarmee dus ook (een deel van) haar transferwaarde verliest. Daarnaast kan de club niet zomaar van de speelster af en blijft de speelster dus langer verbonden aan de club.

De wet biedt mogelijkheden om af te wijken van de ketenregeling. Middels cao kan worden afgeweken en kan de keten worden verlengd, dan wel geheel worden uitgesloten. In dit laatste geval dient de minister bij ministeriele regeling deze specifieke functies aan te geven. Hier komt het verschil om de hoek kijken tussen het amateurvoetbal en het betaald voetbal. Voor het betaald voetbal is namelijk de ketenregeling in zijn geheel uitgesloten. Dit geldt enkel voor spelers die actief zijn in het betaald voetbal in een herencompetitie. Voor het vrouwenvoetbal is geen uitzondering gemaakt op deze regeling. Ondanks de verplichte toepassing van de ketenregeling, wordt deze feitelijk gezien vaak niet toegepast. Veel vrouwen in de Eredivisie zullen een contract voor onbepaalde tijd hebben en alsnog “op straat” worden gezet, omdat hun contract niet verlengd zou worden. De clubs handelen dan in strijd met de wet.

Gezien de ketenregeling niet gewenst is, is de vraag wat een oplossing zou kunnen zijn. De kantonrechter heeft in zijn uitspraak van de Rabo wielerploeg (ECLI:NL:RBUTR:2007:BB9399) zelfs besloten dat in dit specifieke geval ook geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen, gezien de “bijzondere aard van de verhouding tussen partijen” en verwijst daarbij naar de uitzondering voor het betaald voetbal. Ik zie echter niet dat deze uitspraak gevolgd zal worden, aangezien dit volgens de wet geen grond is om af te wijken van de ketenregeling. Verlenging van de keten heeft ook geen zin in het vrouwenvoetbal. De enige oplossing is de ketenregeling geheel uitsluiten. De minister moet dit ook regelen voor het vrouwenvoetbal. Wellicht dat hiervoor een vakbond voor het vrouwenvoetbal opgericht dient te worden, zodat zij kunnen opkomen voor de belangen van het vrouwenvoetbal. Zij kunnen aankaarten wat voor problemen de ketenregeling met zich brengt en dat in de praktijk hier geen uitvoering aan wordt gegeven. Wellicht dat de minister dan overstag gaat.

Vragen over het voorgaande? Neem dan contact op met ons kantoor, onze sportjuristen staan voor U klaar.


Juridisch Sportloket