Een gewichtige reden voor de KNVB arbitragecommissie  04-07-2013

Door Lars Westhoff

Evenals in het “gewone arbeidsrecht” kent het voetbal in haar arbitrage een vergelijkbare regeling met betrekking tot ontbinding van arbeidsovereenkomsten wegens gewichtige redenen. Een voorbeeld van een dergelijke situatie doet zich voor in het geschil tussen Roda JC en haar jeugdtrainer, waarover de arbitragecommissie op 26 juni jl heeft geoordeeld.

Feiten
Tussen de betaald voetbal organisatie Roda JC B.V. en A-juniorentrainer Martinus Ruijs is een geschil ontstaan over de vraag of zodanige (bijzondere) omstandigheden zijn ontstaan, dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve behoort te eindigen. MVV heeft Ruijs benaderd om het eerste elftal van MVV te trainen. Ruijs heeft echter nog een contract bij Roda JC en nu de clubs onderling niet tot overeenstemming komen over een afkoopsom, rest Ruijs enkel een arbitrageprocedure.

Arbitragecommissie
Het uitgangspunt is nakoming van het contract. De arbitragecommissie merkt daarbij op dat bij bijzondere omstandigheden het billijk kan zijn dat het contract wordt beëindigd. Van bijzondere omstandigheden kan volgens de arbitragecommissie gesproken worden indien sprake is van een aanmerkelijke financiële verbetering en tegelijkertijd een aanmerkelijke sportieve verbetering. Nu Ruijs bij MVV driemaal zo veel gaat verdienen als bij Roda JC, acht de arbitragecommissie de aanmerkelijke financiële verbetering aanwezig. Tevens acht de arbitragecommissie een sportieve verbetering aanwezig, nu zij een aanmerkelijk (sportief) niveau verschil aanwezig acht tussen de eredivisie voor jeugdelftallen en de Jupiler League. De arbitragecommissie houdt tevens rekening met de persoonlijke belangen van Ruijs, waaronder zijn gevorderde leeftijd en zijn beperkte loopbaan in vergelijking met de door MVV geboden kans. Onder deze omstandigheden acht de arbitragecommissie ontbinding van de arbeidsovereenkomst billijk.

Schadevergoeding
Vervolgens is het de vraag of Ruijs, voor de tussentijdse beëindiging van het contract, schadeplichtig is ten opzicht van Roda JC. Daar waar Roda JC een vergoeding vorderde van    € 150.000,- bij een brutosalaris van € 2.000,- per maand, achtte de arbitragecommissie een vergoeding van € 15.000,- meer dan redelijk. Roda JC baseerde haar vordering op de stagnatie in de ontwikkeling van de A-jeugd als gevolg van het vertrek van Ruijs. Hierin ging de arbitragecommissie evenwel niet mee. Belangrijke omstandigheden zijn volgens de arbitragecommissie dat Roda JC niet heeft aangetoond dat het vinden van een andere trainer onmogelijk was, dan wel dat het vinden van een andere trainer met vergelijkbare kwaliteiten veel duurder is. Tevens rekent de arbitragecommissie Roda JC aan dat zij vanaf het begin tussentijdse beëindiging niet heeft uitgesloten, waardoor redelijkerwijs Roda JC immer rekening heeft gehouden met een eventuele tussentijdse beëindiging van het contract.

Conclusie
Als bestuurder van zowel een amateur- als profclub bevindt men zich derhalve in een moeilijk parket indien een (jeugd)trainer, dan wel (jeugd)speler hogerop wil. Zoals men in de uiteengezette zaak terugziet, houdt de arbitragecommissie zelfs rekening met de opstelling van partijen in den beginne. Het is derhalve zaak voor een bestuurder om “transferperikelen” in een zo vroeg mogelijk stadium op te merken en (samen met een juridisch adviseur) een werkwijze te bepalen. De gevolgen kunnen immers groot zijn op zowel sportief als financieel vlak.

Mocht U  naar aanleiding van bovenstaande vragen hebben, dan wel advies wensen, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

Lars Westhoff
Para Legal sectie Sport en Recht