Het Sportpark: een veilige thuishaven voor de sportvereniging? (deel 2)  10-03-2014

Door Lars Westhoff

Zoals aangekondigd zal deel 2 van het drieluik over de juridische situaties rond sportparken, gaan over de vraag van wie het sportpark is en van wie de opgerichte gebouwen zijn? Het betreft hier de vraag naar de juridische eigendom en complicaties die daarbij kunnen optreden. Immers, vinden dat iets van de sportvereniging is omdat de vereniging (bijvoorbeeld de kleedkamers) heeft bekostigd, blijkt in de praktijk niet altijd overeen te komen met de juridische werkelijkheid.

Het sportpark
Zoals in deel 1 aangegeven, komt het met enige regelmaat voor dat de gemeente en de sportvereniging het niet zo nauw nemen met het maken van duidelijke afspraken omtrent het gebruik van sportparken. Vaak zitten sportverengingen reeds tientallen jaren op een sportpark, waardoor iedereen die plek is gaan beschouwen als “eigendom” van de sportvereniging. Immers, de sportvereniging zit er zo lang iedereen zich kan herinneren en de gemeente heeft het sportpark toch aan de sportvereniging gegeven?

Voorgaande blijkt bij de Rechter toch net even iets anders te liggen. Indien er geen notariële akte kan worden overlegd en de eigendom niet in de registers is ingeschreven, kan men voor de Rechter niet hardmaken dat de sportvereniging eigendom heeft verkregen over het sportpark (de grond). Een notariële akte is een vereiste voor de Wet voor overdracht van grond. Dus het geven van een stuk grond zonder nadere juridisch toelichting zal veelal worden aangemerkt als het in gebruik geven en niet als eigendomsoverdracht.

De Wet biedt echter de mogelijkheid om middels verjaring het eigendom te verkrijgen. Voor verjaring dient de sportvereniging het stuk grond een aantal jaar (20) in bezit te hebben. Bij SC Gronitas liep het verweer hier op stuk. SC Gronitas is bij haar intrek op het sportpark namelijk houder geworden voor de gemeente en is de grond niet voor zichzelf gaan bezitten. De gemeente, die eigenaar was van de grond, heeft zonder nadere (juridische) toelichting het stuk grond aan de club in gebruik gegeven. Negens uit bleek dat het stuk grond is overgedragen, of bleek anderszins dat SC Gronitas de grond in bezit kreeg, zodat SC Gronitas het stuk grond is gaan houden en de theorie van verjaring niet opgaat omdat er sprake was van houderschap. Hoewel SC Gronitas al heel lang beschikte over de grond en zichzelf wellicht zag als eigenaar, is zij dus nimmer eigenaar geworden.

Gebouwen
Met betrekking tot de gebouwen is doorgaans de gedachte dat de gebouwen, welke door SC Gronitas zijn opgericht en waarin veel geld is gestoken, wel van SC Gronitas moeten zijn. SC Gronitas is immers degene die voor de stenen en de bouwvakkers heeft betaald. Ook daar was de Rechter het niet mee eens. De Wet kent namelijk de regel dat gebouwen door “natrekking” eigendom worden van de eigenaar van de grond. Oftewel, wat SC Gronitas ook heeft opgebouwd, hoeveel geld, bloed, zweet en tranen dat ook heeft mogen kosten, alle gebouwen zijn vanaf dat ze zijn neergezet direct eigendom geworden van de gemeente.

Hiervoor is echter wel een oplossing te bedenken. SC Gronitas had namelijk een zogenaamd “recht van opstal” kunnen vestigen. Het recht van opstal is een recht om in, boven of op een onroerende zaak (zoals grond) een werk (of beplanting) in eigendom te hebben. Hierdoor had voorkomen kunnen worden dat de gebouwen eigendom van de gemeente zouden worden.

Conclusie
Concluderend kan worden gesteld dat sportverenigingen zeer goed moeten bedenken hoe de feitelijke situatie zich vertaalt naar de juridische situatie. Zoals uit voorgaande moge blijken, kan een sportvereniging met feitelijk een prachtig sportpark en accommodatie, in juridische zin helemaal niets bezitten.

Bent U benieuwd of uw vereniging vergelijkbare risico’s loopt? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen, wij helpen U verder.
 

Lars Westhoff
Para Legal sectie Sport en Recht