Hoor en wederhoor in tuchtrechtelijke zaken: netjes of noodzaak?  13-11-2013

Door Lars Westhoff

Door de steeds sterker wordende maatschappelijke roep om vooral hard en kordaat op te treden tegen geweld en ander onbehoorlijk gedrag, lijken de besturen en de tuchtcommissies steeds vaker niet in staat om op een juiste wijze tot een sanctie te komen. Enige tijd geleden heb ik deze tendens beschreven aan de hand van onbillijk zware sancties. Dat bestuurders het moeilijk hebben blijkt recent nog, wanneer het bestuur van Emplina wordt teruggefloten door de arbitragecommissie van de KNVB.

Feiten
De heer Thissen, lid van voetbalvereniging Emplina, richt zich in een e-mail tot het bestuur. In zijn e-mail verzoekt de heer Thissen om actie van het bestuur, waarbij hij het bestuur betiteld als “Lamme Klootjavanen”. De vereniging reageert hier direct afkeurend op waarna Thissen aangeeft dat het hier gaat om “een kleine escapade”, waarmee hij niemand heeft willen beledigen. Vervolgens excuseert Thissen zich voor zijn uitlating. Dit is het moment waarbij de personen belast met de handhaving van gedragsnormen binnen de vereniging op een objectieve wijze naar de gedraging van Thissen moeten kunnen kijken, zonder zich persoonlijk beledigd te voelen of extra vatbaar te zijn voor maatschappelijke druk en opvattingen. Zo niet dan verliest men vaak – zoals ook hier – de procesregels uit het oog.

Bestuur
Het bestuur reageert direct door Thissen met onmiddellijke ingang te schorsen voor het doen van een ontoelaatbare en kwetsende uitlating, waarmee Thissen in strijd handelt met de redelijkheid en billijkheid. Het bestuur geeft aan dat Thissen op 11 juni in de bestuurskamer gehoord zal worden in verband met zijn overtreding. Thissen geeft vervolgens aan die dag niet te kunnen doch wel wil praten met het bestuur. Het vervolg is dat Thissen niet wordt gehoord en de schorsing in stand blijft. Uiteindelijk komt de zaak bij de Arbitragecommissie van de KNVB.

Hoor en wederhoor
Thissen vordert bij de Arbitragecommissie dat zijn schorsing wordt opgeheven. Belangrijk element daarbij is dat Thissen niet is gehoord. De arbitragecommissie hecht zeer aan het beginsel van hoor en wederhoor. Thissen heeft tijdig en duidelijk aangegeven dat hij op 11 juni niet gehoord kon worden. Het bestuur heeft geen nieuwe datum voorgesteld en heeft geen contact met hem opgenomen. De schorsing is derhalve opgelegd zonder hoor en wederhoor. Op deze wijze had de schorsing, aldus de arbitragecommissie, nooit opgelegd mogen worden. De arbitragecommissie oordeelt daarom dat de sanctie moet worden opgeheven.

Emplina geeft nog aan dat er sprake was van een ordemaatregel om onrust binnen de vereniging te voorkomen. Omdat sprake is van een ordemaatregel, kan Thissen onmiddellijk zonder hem te horen worden geschorst. De arbitragecommissie geeft aan dat ten eerste niet duidelijk is dat sprake was van onrust binnen de vereniging naar aanleiding van de gedragingen van Thissen1. Ten tweede blijkt niet dat er sprake was van een ordemaatregel, er was sprake van een gewone sanctie.

Conclusie
Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het opleggen van een sanctie zonder hoor en wederhoor niet is toegestaan. Zorg er dus altijd voor dat U kunt aantonen dat U de gesanctioneerde heeft gehoord, dan wel dat U kunt laten zien dat U alles heeft gedaan om hoor en wederhoor toe te passen.

Tip
Het oprichten van een tuchtcommissie binnen uw vereniging kan ervoor zorgen dat tuchtrechtelijke procesregels beter worden nageleefd, doordat er dan geen sprake is van een ad hoc beslissing van het bestuur maar van een gespecialiseerd orgaan. Aan het oprichten van een dergelijke tuchtcommissie zitten verenigingsrechtelijk een aantal haken en ogen. Zo is een tuchtcommissie niet bevoegd om sancties op te leggen wanneer de statuten deze bevoegdheid niet aan de tuchtcommissie toekennen. Laat U daarover dus adviseren.

Mocht U meer informatie wensen over het tuchtrecht, of advies wensen over het oprichten van een tuchtcommissie, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

 

Lars Westhoff
Para Legal sectie Sport en Recht



1 Onrust binnen de vereniging is namelijk een voorwaarde voor het direct kunnen opleggen van een maatregel waaronder schorsing. De onrust moet de vereniging kunnen aantonen.