Judobond in het hemd gezet?  04-06-2013

Door Lars Westhoff

Nadat Badminton Nederland enige tijd geleden problemen had met het verplichten van materiaal aan de nationale selectie biedt zich thans een vergelijkbare situatie aan. Op 22 mei 2013 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak tussen de Judo Bond Nederland en een zestiental Judoka’s.

Feiten

Tot begin 2011 heeft de Judobond toegestaan dat de Judoka’s van de nationale selectie zelf kozen welke judokleding zij dragen tijdens uitzendingen door de Judobond. In april 2011 is de Judobond een “Supplier Agreement” overeengekomen met Green Hill, een leverancier van judokleding. Middels een Kernploegcontract wil de Judobond er voor zorgen dat de Judoka’s gehouden zijn de judokleding te dragen van Green Hill. Zestien Joduka’s weigeren dit contract te ondertekenen, waarna de Judobond zich wendt tot de rechtbank Amsterdam om een verklaring voor recht te vorderen dat de Judoka’s gehouden zijn de judopakken te dragen tijdens uitzendingen van de nationale selectie.

Formeel

Belangrijk element binnen het verenigingsrecht is dat aan een lidmaatschap (de verhouding tussen het lid en de vereniging of bond) slechts verbintenissen kunnen worden verbonden, voor zover deze bij of krachtens statuten aan het lidmaatschap zijn verbonden. Blijkens de statuten van de Judobond is voor het opleggen van een dergelijke verbintenis toestemming nodig van de Bondsraad. De Bondsraad heeft deze toestemming nimmer gegeven, om reden waarvan de verklaring voor recht reeds moet worden afgewezen.

Inhoudelijk

Omdat de Judobond voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Bondsraad geen bezwaar heeft tegen het verplicht dragen van de aangewezen judokleding, geeft de rechter toch een inhoudelijk oordeel1. Een regel die volgt uit de statuten of een besluit van een vereniging, is volgens de wet niet geldig, indien de regel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Er dient dus een belangenafweging tussen de belangen van de Judobond en de individuele Judoka’s gemaakt te worden.

De Judobond is verplicht om de overeenkomst met Green Hill na te komen en heeft daarom belang bij het naleven van het contract. De rechter acht dit argument niet sterk daar juist voor Judoka’s met een individuele sponsor een uitzondering mogelijk is onder de “Supplier Agreement”. Ten tweede zou de “Supplier Agreement” een groot geldelijk belang met zich meebrengen volgens de Judobond. Omdat de opbrengsten afhankelijk zijn gesteld van een percentage van de kledingverkopen, acht de rechter dit belang onvoldoende aangetoond. Aan het belang van eenheid in de nationale selectie gaat de rechter eveneens voorbij gezien de vermelde uitzonderingsmogelijkheden onder de “Supplier Agreement”.

Omdat het judopak tijdens de wedstrijden actief wordt gebruikt (er wordt namelijk aan vastgehouden en getrokken), is de rechter van oordeel dat een goedpassend pak van groot belang is. Nu is gebleken ter terechtzitting dat de op maat gemaakte pakken van de Judoka’s wel degelijk afwijken van de standaardpakken van Green Hill, hebben de Judoka’s belang bij het gebruik van de eigen pakken. Daarbij hebben de Judoka’s belang bij de sponsorgelden die zij ontvangen voor het dragen van de pakken.

Conclusie

De rechtbank Amsterdam oordeelt dat de belangen van de individuele Judoka’s zwaarder wegen dan de belangen van de Judobond. Daarbij is de totstandkoming van het besluit onzorgvuldig, omdat de Judobond de Judoka’s niet heeft betrokken in de besluitvorming. De rechtbank oordeelt dat het besluit van de Judobond, om de Judoka’s in de nationale selectie te verplichten judokleding van Green Hill te gebruiken, onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Mocht U naar aanleiding van bovenstaande vragen of opmerkingen hebben, of wenst U nader advies, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

 

Lars Westhoff
Para Legal sectie Sport en Recht



1 Daarmee kan het geschil immers worden afgedaan, daar bij gebreke van een inhoudelijk oordeel na toestemming van de Bondsraad wederom een zaak aanhangig zal worden gemaakt.