Keten van arbeidsovereenkomsten in de sport: eindelijk goed geregeld..?  30-01-2014

Door Lars Westhoff

Niet zelden komt de vraag terug in de sport: hoe om te gaan met elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten? Immers volgens de Nederlandse wetgever wordt  een werknemer, kort gezegd, na (I) drie arbeidsovereenkomsten of (II) opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die gezamenlijk een periode beslaan van 36 maanden, geacht een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te hebben. In de sport wordt daarom naarstig gezocht naar oplossingen om wielrenners, voetballers, hockeyers, enzovoorts, geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te moeten geven. Deze pogingen hebben wisselend succes.

Een eerste geruchtmakende voorbeeld betreft een uitspraak van de Kantonrechter te Utrecht. Hoewel de wielrenner in kwestie een contract voor onbepaalde tijd zou hebben, heeft de Kantonrechter besloten om, ten behoeve van de ontbinding, geen vergoeding aan de wielrenner toe te kennen. De Kantonrechter zocht aansluiting bij de voetballerij en geeft aan dat voor voetballers nimmer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. Dat komt omdat  de voetballerij uitvoering heeft gegeven aan een wettelijke uitzonderingsmogelijkheid. De wetgever geeft namelijk de mogelijkheid ten behoeve van het ontstaan van een contract voor onbepaalde tijd af te wijken per cao. Voor de wielrenner is echter geen cao van toepassing, waardoor de aansluiting met de voetballer moeilijk te begrijpen is. Hiermee geeft de Kantonrechter aan dat hij van mening is, dat de wielrenner geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft gekregen. In een andere zaak neemt de Rechtbank Utrecht wel aan dat door de keten van arbeidsovereenkomsten een contact voor onbepaalde tijd is ontstaan, dit was in de zaak Rasmussen – Rabo Wielerploegen. Twee uitspraken die bepaald niet met elkaar in een lijn staan.

Zoals eerder aangegeven heeft “de voetballerij” haar zaakjes op orde, althans ten behoeve van het voetbal zijn er cao’s afgesloten welke contracten voor onbepaalde tijd moeten doen voorkomen. Dat is ook het geval voor scheidsrechters waarvoor de cao (assistent)scheidsrechters is geschreven. Onlangs kwam de Kantonrechter echter (wederom te Utrecht) - ondanks de cao en de daarin opgenomen bepaling dat geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand komt - toch tot de conclusie dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan tussen de scheidsrechter en de KNVB.

De reden dat de KNVB van de scheidsrechter af wilde, was dat hij gedurende een bepaalde tijd geen wedstrijden meer floot en hij niet slaagde voor de conditietest, waardoor het contract voor bepaalde tijd niet zou worden verlengd. De scheidsrechter verzette zich hiertegen en met succes. De Rechter nam aan dat het in strijd is met de Europese regelgeving en in strijd met het “goed werkgeverschap” om zonder meer het ontstaan van een contract voor onbepaalde tijd uit te zonderen. Immers, het is volgens zowel de Europese richtlijn als het goed werkgeverschap niet toegestaan om zonder deugdelijke rechtvaardiging scheidsrechters gedurende vele jaren hun werk te laten verrichten op basis van contracten van bepaalde tijd (in casu in totaal 17 jaar). Het recht op “het genot van een vaste dienstbetrekking” is volgens het Europese Hof van Justitie een essentieel onderdeel van de werknemersbescherming. De essentie is aldus dat van de keten van arbeidsovereenkomsten kan worden afgeweken echter, niet zonder enige beperking.

De keten van arbeidsovereenkomst blijft, hoe ogenschijnlijk simpel, een groot struikelblok in de sport. In casu behield de scheidsrechter zijn arbeidsovereenkomst en had volgens de Rechter recht op een nieuwe conditietest alsook op doorbetaling van zijn salaris. Let daarom goed op wat U afspreekt en ben bewust van de gevolgen. Kunt U de mogelijke gevolgen niet overzien door een tekort aan juridische kennis? Laat U dan informeren door een juridisch deskundige.

Mocht U nog vragen hebben of advies wensen naar aanleiding van het voorgaande, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

Lars Westhoff
Para Legal sectie Sport en Recht