Transferperikelen in de rechtszaal: met wie onderhandel ik?  02-09-2013

Door Lars Westhoff

Voetballer Ronny Stam is op 2 september 2008 een spelerscontract aangegaan met FC Twente (hierna: Twente). In dit contract is een bepaling opgenomen op grond waarvan Stam bij de beëindiging van het spelerscontract met wederzijds goedvinden recht heeft op 10% van het bedrag dat boven de twee miljoen euro uitstijgt. In de zomer van 2010 zijn Twente en Wigan Athletic (hierna: Wigan) in onderhandeling getreden over een mogelijke overgang van Stam naar Wigan. Een spelersbemiddelaar berichtte Stam dat de onderhandelingen moeizaam verliepen en Wigan aan Twente had voorgesteld de transfervergoeding in termijnen te betalen. Twente was hiertoe bereid, doch onder voorwaarde dat Stam genoegen nam met een vergoeding van € 10.000,- in plaats van de afgesproken 10%. Stam gaf de spelersbemiddelaar aan dat hij bereid was om zijn vergoeding te verlagen, echter € 10.000,- vond hij te laag.

Vervolgens zijn Wigan en Twente een transfervergoeding overeengekomen van € 3,5 miljoen. Waarna Stam zijn contract tekende bij Wigan. Op die zelfde dag heeft Twente aan Stam een beÑ‘indigingsovereenkomst voorgelegd, teneinde het huidige contract tussen Stam en Twente te doen eindigen. In deze overeenkomst was een vergoeding groot € 10.000,- opgenomen, waarop Stam weigerde de overeenkomst te tekenen. Twente heeft de overeenkomst vervolgens wel als zodanig uitgevoerd en heeft € 10.000,- betaald aan Stam. Stam heeft hierop besloten zijn rechten af te dwingen bij de Rechtbank.

De Rechtbank Almelo is het met Stam eens. De Rechtbank neemt als uitgangspunt wat in het spelerscontract is bepaald en oordeelt – in tegenstelling tot Twente – dat wijziging van de overeenkomst enkel schriftelijk mogelijk is, waardoor Twente zich niet kan beroepen op een mondeling akkoord via de spelersbemiddelaar met Stam. Het betoog van Twente dat het hier gaat om de beëindiging van de overeenkomst en niet om een wijziging, wijst de Rechtbank als “spitsvondig” af. Dat zou immers betekenen, dat de werknemer minder wordt beschermd en gemaakte afspraken op deze wijze eenvoudig opzij kunnen worden gezet.

Tegen deze uitspraak komt Twente in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het Gerechtshof gaat in haar uitspraak d.d. 13 augustus 2013 mee met Twente dat het hier niet om een wijziging van het spelerscontract gaat maar om beëindiging. Derhalve behoeft de afspraak over het verlaagde aandeel voor Stam in de transfervergoeding geen schriftelijke grondslag. Maar het Gerechtshof is niet van mening dat de spelersbemiddelaar de bevoegdheid toekwam om als gemachtigde akkoord te gaan met de verlaging van de aan Stam toekomende aandeel van de transfervergoeding. Hoewel Stam met de spelersbemiddelaar sprak over zijn transfer naar Wigan, is dit onvoldoende om zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid aan te nemen, laat staan ter zake van de beÑ‘indigingsovereenkomst. Het Gerechtshof is derhalve van oordeel dat Twente het restant van de bedongen transfervergoeding (€ 140.000,-) aan Stam moet betalen.

Uit bovenstaande blijkt dat het essentieel is om te weten wie de juiste persoon is om bindende afspraken mee te maken. Meestal lijkt dit zo voor de hand liggend, dat men hieraan voorbij gaat, met grote gevolgen dus…

Mocht U meer informatie wensen, of wenst U juridische ondersteuning bij uw onderhandelingen, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

 

Lars Westhoff
Para Legal sectie Sport en Recht