Wanneer wordt er inbreuk gemaakt op het portretrecht van een sporter?  27-06-2019

Door Kimberley Kuijpers

Als een topsporter goede prestaties levert blijft dat vaak niet onopgemerkt. Veel bedrijven willen meeliften op dit succes en daarbij commercieel gebruik maken van het portret van de sporter, maar mag dit zomaar? Ofwel: wanneer wordt er inbreuk gemaakt op het portretrecht van een topsporter?

Portretrecht is het recht met betrekking tot het gebruik van portretten van mensen. De grondslag van dit recht is geregeld in artikel 21 Auteurswet (hierna: “Aw”) en in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens middels privacybepalingen.

In de Memorie van Toelichting van de Aw staat dat een portret is: “eene afbeelding van het gelaat van een persoon, met of zonder die van verdere lichaamsdeelen, op welke wij zij ook vervaardigd is”. De Hoge Raad oordeelde voorheen dan ook dat voor een portret “overeenstemmende gelaatstrekken” vereist waren. Later, in 2003, kwam de Hoge Raad met een belangrijk arrest omtrent het portret(recht), namelijk het Breekijzer-arrest. Hierin heeft de Hoge Raad geoordeeld:

“Het geheel of gedeeltelijk onherkenbaar maken van het gelaat van een afgebeelde persoon behoeft er niet aan in de weg te staan dat sprake is van een portret in de zin van art. 21 Aw, nu ook uit hetgeen de afbeelding overigens toont, de identiteit van die persoon kan blijken, en dat derhalve openbaarmaking van een dergelijke afbeelding op de voet van deze bepaling kan worden verboden”.

Het is wel vereist dat de geportretteerde herkenbaar is. De wijze waarop het portret wordt afgebeeld is minder relevant. De Hoge Raad heeft in deze benadering duidelijk geformuleerd wanneer sprake is van herkenbaarheid en hiermee is het portretbegrip duidelijk opgerekt ten opzichte van voorheen.

Onder het portretrecht valt zowel de naam, afbeelding, persoon en prestaties van de sporter. Het hoeft niet enkel te gaan om een afbeelding van zijn/haar gezicht. Een digitale weergave kan bijvoorbeeld al een portret zijn.

Wat ook niet toegestaan is en onder het portretrecht valt (zonder toestemming althans), is een lookalike/parodie. Zoals zojuist omschreven valt niet alleen het gezicht onder het portret(recht), ook een typerende lichaamshouding kan daarin een rol spelen en daarmee kan inbreuk worden gemaakt op het portretrecht van een persoon. Een portret is dus niet per definitie een persoon zelf, het kan ook een hulpmiddel zijn waarmee het beeld van die persoon wordt opgeroepen.

Bij portretrecht gaat het er dus om of de gelijkenis wordt gebruikt om het beeld van een persoon op te roepen en of beoogd is dat het publiek de gebruikte afbeelding van iemand aanziet voor (het portret van) iemand anders. Portretrecht is toegestaan, indien de desbetreffende persoon daarvoor toestemming geeft en in veel gevallen zal hier een vergoeding tegenover staan.

Er is met name sprake van schending van portretrecht, indien het portret niet in opdracht is gemaakt. Als de belangen van de sporter lijken te worden geschonden kan de sporter een verbod op publicatie eisen middels een kort geding, maar het kan ook voorkomen dat de afbeelding al gebruikt is. In dit geval kan de sporter een schadevergoeding vorderen.

Vragen over het voorgaande? Onze sportjuristen staan voor U klaar.

 

Kimberley Kuijpers

Juridisch Sportloket