Wetsvoorstel Aanscherping Voetbalwet  25-03-2013

Door Lars Westhoff

Op 1 september 2010 is de Voetbalwet1  in werking getreden voor de aanpak van structurele overlast. Om voetvaloverlast beter te kunnen aanpakken, is aanscherping van de instrumenten uit de Voetbalwet nodig, zo blijkt uit de monitoring en evaluatie van de Voetbalwet. Thans is er een wetsvoorstel ingediend teneinde te komen tot een effectievere Voetbalwet. De wijzigingen kunnen – in het kort – als volgt worden beschreven.

Bestuursrechtelijk

  1. De bevoegdheden die de burgemeester toekomen bij herhaaldelijk individueel of groepsgewijze verstoring van de openbare orde, zoals het opleggen een gebiedsverbod, een groepsverbod of een meldplicht, kunnen na de wijziging ook worden opgelegd aan zogenaamde “first offenders”.
     
  2. De meldplicht wordt gewijzigd in die zin dat het mogelijk wordt om zich te melden vanaf een bepaalde plaats middels een zogenaamde “digitale aantoonplicht”. Hierdoor is het niet meer noodzakelijk om zich te melden op bijvoorbeeld een politiebureau.
     
  3. Misdragingen in een stadion worden thans niet aangemerkt als een verstoring van de openbare orde. Derhalve kan op grond daarvan door de burgemeester geen burgemeestersbevel2 worden opgelegd, daar voor een burgemeestersbevel verstoring van de openbare orde een vereiste is. Het wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid voor de burgemeester om een burgemeestersbevel op te leggen indien er een bepaalde bestuurs- of civielrechtelijke sanctie (o.a. een stadionverbod) tegen de persoon is opgelegd en er sprake is van de ernstige vrees voor de verstoring van de openbare orde.
     
  4. Onder de huidige Voetbalwet kan een burgemeestersbevel worden opgelegd voor een periode van drie maanden, welke periode drie keer kan worden verlengd. Hiermee kan de openbare orde-verstoorder vaak maar enkele wedstrijden bij thuiswedstrijden worden weggehouden. Daarom wordt voorgesteld om een bevel op te leggen voor maximaal 90 aan te wijzen dagen binnen een heel jaar.

Strafrechtelijk

De (maximale) duur waarop een vrijheidsbeperkende maatregel3 kan worden opgelegd door de strafrechter, wordt verlengd van twee jaar naar vijf jaar. De voornaamste redenen hiervoor zijn het langer kunnen weren van overlastveroorzakers en de beperkte regelmaat van gebeurtenissen waarop de overlastveroorzaker moet worden geweerd, zoals een jaarwisseling of thuiswedstrijden, waardoor een korte maatregel weinig effect heeft.

Mocht U naar aanleiding van bovenstaande vragen hebben, of wenst U meer informatie, dan kunt U daarvoor contact met ons opnemen.


Lars Westhoff
Para Legal sectie Sport en Recht

                                                          

1 Officieel: Wet maatregelen betrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast
2 Gebiedsverbod, meldplicht en groepsverbod
3 Rechterlijk contactverbod, gebiedsverbod en meldplicht